Het onderwijs in Nederland zou beter moeten aansluiten bij alle ontwikkelingen in onze taal door nieuwe media en de explosieve groei van mobiele apparaten. Docenten zouden bijvoorbeeld met leerlingen het immens populaire Wordfeud kunnen spelen.Daarvoor pleit Hans Bennis, hoogleraar taalvariatie aan de Universiteit van Amsterdam, in het blad Onze Taal. Volgens Bennis is het ‘Korterlands’ de laatste tijd sterk in opkomst. Dit is de ‘taal’ die veel jongeren gebruiken om te communiceren via mail, sms, Whatsapp of sociale media via computers, smartphones en tablets. Deze inkorting en verhaspeling van het Nederlands vormt volgens Bennis geen bedreiging. ‘Integendeel, het is een creatief proces waarbij kennis van de taal moet worden verondersteld. We moeten het toejuichen dat jongeren mensen schrijftaal zien als een eigen communicatiemiddel.’
In het onderwijs moet dus ook meer gebruik gemaakt worden van deze nieuwe media, zo stelt de hoogleraar. ‘Laat ze een tekst inkorten tot een Twitterbericht, maak samen een sms-woordenboek. Geef ze daarmee inzicht in de fascinerende wereld van de taal, in plaats van te blijven hameren op foutloos Nederlands.’
De PO-raad, de sectororganisatie voor het basisonderwijs, zegt in een reactie ‘het een leuk initiatief te vinden. Men voegt daar wel direct aan toe dat het niet aan Bennis is de scholen hierover advies te geven. ‘Scholen mogen er uiteraard voor kiezen dit advies van Bennis over te nemen, als hun dat een goed idee lijkt.’